donderdag 16 juli 2009

Broekpoeder

Ravitaillering onderweg bij de blauwe bus

“Kun je niet eens beschrijven hoe onze dag eruit ziet?”, vroeg George. Dat is snel gedaan: fietsen, eten, slapen. Bovendien was ik al blij als ik ’s avonds mijn ogen lang genoeg open kon houden om er nog een stukje voor deze weblog uit te persen. Maar nu, in de bus onderweg van Carcassonne naar Tournus, kan ik een poging wagen.
Een uur voor het ontbijt gaat de wekker. Meestal is dat om 06.00u of 06.30u. Douchen, scheren en de verdere persoonlijke verzorging. In de wielrennerij noemen ze het soigneren. In de praktijk komt het erop neer dat je een poging onderneemt om je zitvlak te prepareren voor weer een lange dag op een hard zadel. Vijf tot acht uur per dag rondrijden in een zweterige koersbroek zorgt binnen een paar dagen voor doorzitplekken, ontstekingen, puisten en ander ongemak. Dus er wordt ’s morgens heel wat afgesmeerd om het leed te voorkomen, of althans enigszins te verzachten. Populair zijn: babyzalf, uierzalf (ook wel ‘spenenzalf’), vaseline, trekzalf en het broekvet van Born. Er zijn er ook die hun derrière en edele delen ouderwets in de Nivea zetten. Born heeft ook broekpoeder dat je in je koersbroek strooit en over de zeem uitwrijft. Dat bijt dusdanig dat het werkt als peper in je jeweetwel.
Dan is het tijd voor het ontbijt. Het is zaak daar minstens een kwartier vóór de afgesproken tijd aanwezig te zijn. In het zicht van een ontbijtbuffet veranderen al die meelevende, sociale medecoureurs namelijk in een bende hongerige, egoïstische eikels die op de afgesproken aanvangstijd alle beschikbare stokbrood al lang hebben omgezet in hun lunchpakket. Alleen aan de kruimels kun je nog zien dat jij oorspronkelijk zelf ook een croissant had. Als je geluk hebt vult de hoteleigenaar het buffet bij. Als je pech hebt was het een klassiek Frans ontbijt met 1 croissant en 1 stukje stokbrood met jam pp.
Om 07.30 u terug naar de kamer om de bidons te vullen met sportdrank en de zakken van je wielershirt vol te proppen met gelletjes, energierepen en de gejatte stokbroodjes van het ontbijt. Ariën Oskam reserveert één van zijn zakken voor winegums, omdat hij ooit ergens gelezen heeft dat de Rabobank ploeg tijdens de Tour de France meer kilo’s winegum dan pasta wegwerkt. Dan de bagage naar de bus brengen. De bandjes worden zo nodig bijgepompt en tussen 08.00u en 08.30u is iedereen vertrokken. Meestal na zo’n 50km (of op de eerste serieuze bergtop) staat onze onvolprezen chauffeur Fred Ahrens met zijn blauwe bus te wachten. De bidons worden bijgevuld, er wordt koffie met Cola gedronken, en verder gaat het weer. Om een uur of één gaat de groep Faasse lunchen, als het even kan met drie gangen en Cola. Andere groepen stoppen bij de supermarkt of een bakker voor de taditionele ‘pain aux raisins’ of ‘pain au chocola’.
Als je niet te hard fietst of te kort luncht tref je ook ’s middags nog een keer de blauwe bus. Daarna doorfietsen naar het hotel. Afhankelijk van de lengte en zwaarte van de etappe (en de groep waarin je fietst) kom je daar tussen 16.00u en 20.00u aan. Als de bus er is sjouw je je bagage naar je kamer en plof je op bed totdat je genoeg moed hebt verzameld om te gaan douchen en de was te doen. Met een ploeg toerfietsers in huis ziet ook het meest chique hotel er binnen 'no time’ uit als een Napolitaanse achterbuurt. Uit elk slaapkamerraam druipen de wielertenues. Je knutselt een te dure ‘hersteldrank’ in elkaar en/of neemt een drankje in de bar in afwachting van het diner. Hier geldt dezelfde tactiek als bij het ontbijt. Dit jaar kregen we het avondeten veelal uitgeserveerd op aparte borden wat veel scheve ogen en opgezegde vriendschappen heeft voorkomen. Als het eten rond 21.30u is afgelopen verdwijnen de meesten naar hun kamer om nog even met thuis te bellen, een stukje te schrijven of TV te kijken. Maar tussen 22.00u en 23.00u is het gegarandeerd overal diepe rust. Tenslotte gaat om 06.00u de wekker weer.

100 Cols2 - Dag 10 - Omdat het gewoon leuk is

Een deel van het peloton in de mist bovenop de Col de Latrape

Etappe: Oust - Carcasonne
Eigenlijk had iedereen het wel een beetje gehad. De afsluitende etappe was bovendien geen ‘petit oeuf’. Integendeel. Met bijna 200 kilometer en 3295 hoogtemeters was het misschien wel de zwaarste etappe van de 10. En om nu te zeggen dat iedereen fris en fruitig aan het ontbijt zat ....
We begonnen zoals we geëindigd waren: met klimmen in de mist. De Col de Latrape was voor onze gelouterde onderdanen nog ‘klein bier’. De Col d’Agnes zorgde er voor dat alle Agnessen die wij in de toekomst nog tegen zullen komen behoorlijk last zullen hebben van enige negatieve associaties. De laatste serieuze uitsmijter van deze 10 dagen was de Col de Peguere. De Tour kwam er langs, maar durfde er niet overheen. Wij mochten halverwege de Col de Port linksaf voor een nummertje steigeren op de fiets. Overigens is wel bijna iedereen fietsend (lees: stampend, rukkend en trekkend) boven gekomen, wat toch iets zegt over de kwaliteit van deze groep. Dankzij de drie cols in het begin van de rit waren we na drie uur fietsen nog maar 60km opgeschoten. Daarna moesten we dus nog 140km onder warme, warmere en op het laatst weer hete en allesbehalve vlakke condities.
Toen wij tijdens de lunch in Laroque d’Olmes het eten uit de keuken probeerden te kijken vroeg het meisje dat ons bediende of we soms erg veel honger hadden. Na 117km en drie cols lust je wel wat, zeiden wij. “Ce sont les vacances?”, vroeg ze ongelovig. Om er daarna schouderophalend aan toe te voegen: “C’est une choix”
Veel dankbaarheid voor de fraaie route langs de Cité Medievale van Carcassone die Jac Zwart voor ons had uitgezet konden wij niet meer opbrengen. Iedereen verlangde naar het einde. Toen dat na enige moeite gevonden was bleek het einde gelukkig ook nog een zwembad te hebben.
“Waarom doet een mens zoiets?”, vroeg ik gisteravond aan tafel. Om nog een keer Frankrijk te zien. Om bergen op te fietsen die je nog niet eerder hebt beklommen. Om je naam in het 100 Cols register terug te zien. Om jezelf te bewijzen. Omdat bergop fietsen een kick geeft. Om de fantastische natuur. Om de Pyreneeën te zien. En, ondanks de pijn en het afzien, omdat het gewoon leuk is.
Het zit er weer op:10 etappes, 1515 kilometer, 27.590 hoogtemeters. Volgend jaar wachten de Mont Ventoux en de Alpen.

dinsdag 14 juli 2009

100 Cols2 - Dag 9 - Koud

Etappe: Bagnères de Luchon - Oust

“terug ri St.Aventin” zo begon vandaag de routebeschrijving. Dat is zoiets als “Ga direct naar de gevangenis, u komt niet langs start en ontvangt geen 200 gulden.”
Ga terug de Peyresourde op, begin direct met omhoog fietsen en doe aansluitend de beklimming van de Port de Balès. Het enige positieve aan deze start was dat ik mijn lichtste versnelling weer kon gebruiken. In hotel Corneille verbleef gisteren ook het testteam van Cervélo. Eén van de mecaniciens was zo goed om even naar mijn probleem te kijken. Er is een veertje kapot in mijn versnellingshendel. Had ik maar geen Shimano moeten nemen, met Campagnolo heb je die ellende nooit. Hij kon het niet maken, maar hij leerde me wel een trucje om toch terug te kunnen schakelen. Ik ben acuut Cervélo supporter geworden.
Echt regenen deed het niet vanochtend. We klommen gewoon een wolk in, die vervolgens steeds harder begon te lekken. Afdalen in de mist is geen pretje. Je ziet niet welke kant de volgende bocht opgaat, het is glad en langzamerhand verstijven je handen om de remgrepen. En het was koud. Heel koud. Het verschil met gisteren was naar schatting zo’n 25-30 graden. De tweede beklimming, die van de Col de Menté: één pot nat. Hoe hoger je klom, des te verder je de natte, koude, wolken infietste. In de afdaling kon je niet meer doen dan proberen overeind te blijven en op tijd te remmen voor de koeien die plotseling uit de mist opdoken. Het monument voor Fabio Casartelli op de Portet d’ Aspet stond er verregend (of vermist) bij. Als je aan den lijve ondervindt hoe verschrikkelijk steil de kilometer is voor de plek waar hij viel, dan begrijp je ook hoe hard de profs daar naar beneden komen. Ruud was al totaal versteend na de afdaling van de Menté en wilde liefst direct naar het hotel doorrijden. Geen lunch dus. Dat mij dit moet overkomen. “Het culinaire hoogtepunt van vandaag was een marsreep” (Jan de Jong). Dat kwam me op de Col de la Core nog bijna duur te staan. Die bult is prima op te fietsen, maar de laatste twee kilometer viel ik bijna stil bij gebrek aan calorieën. Ver vóór de bus kwamen we aan in Oust, waar we onze natte zooi mochten uittrekken en vast in een warm bad op temperatuur konden komen.
De bus zat overigens vol vandaag. Rinus kan nog steeds niet zitten, Ellen zit met haar knie en Rinze zag het vandaag ook niet zitten. Arme Tom, die al de hele reis last met zijn maag heeft, moest vandaag de strijd staken. Eigenlijk heeft hij van ons de meest bewonderenswaardige prestatie geleverd, door het acht zware dagen vol te houden op zo weinig eten.
P.S. Het was te koud en te nat voor foto’s vandaag.

maandag 13 juli 2009

100 Cols2 - Dag 8 - Warm

Jan de Jong met zijn Aspin fiets op de Aspin, na 50 jaar en 50 kilometer! (Als u op de foto's klikt, worden ze trouwens groter)

Etappe: Luz St. Sauveur – Bagnères de Luchon
In City Blue hotel Corneille in Luchon is het niet om te harden zo warm. De kamers blijken ook nog eens 4-persoons (qua bedden, niet qua sanitair). Boven op de entresol is het echt geen doen. Een deel van de groep verkast nu naar een nabijgelegen hotel. Ook op de derde col van vandaag, de Peyresourde, was het vooral de hitte die je de das om deed. We reden een klassieke Pyreneeënetappe, te beginnen met de Tourmalet, vervolgens de Aspin en de Peyresourde tot besluit. Ik had vandaag goede benen. Niet zo goed als die van mijn slapie Har Rovers, die me op de Tourmalet voorbijkwam alsof ik stilstond. En ook niet zo goed als die van Joost Schermers, die me met een licht verzetje op de Peyresourde voorbij danste. Mijn lichte verzetje doet het niet meer. Janko van het Tweewielerhuis had nog zo gevraagd of ik geen (tandwiel met) 27 (tandjes) achter wilde laten monteren. Dat leek me niet echt nodig. Maar nu ben ik mijn 25 inmiddels ook al kwijt. Als ik achter op het laatste kransje schakel, kom ik met geen mogelijkheid meer terug. Behalve soms, als iemand mijn derailleur een zetje geeft terwijl ik 100 keer probeer om terug te schakelen. Gevolg is dat ik het met een verzet van 30 tandjes voor en 23 achter moet doen. Het ziet er bij mij bergop dus niet echt lichtvoetig meer uit. Toch reed ik vandaag lekker naar boven, op alle drie de cols. De pechvogel van de dag is Ellen Scheffers. Eerst knapte er iets in haar knie bij de beklimming van de Tourmalet. Die (de knie) wordt inmiddels al aardig blauw. In de consternatie trapte ze een spaak kapot, zodat haar achterwiel een slag kreeg. Tot haar grote verdriet zat er dus niets anders op dan bovenop de Tourmalet in de bus te stappen. En tot overmaat van ramp werd ze daarna op de Aspin ook nog eens op de horens genomen door een loslopende koe. Die zijn dus niet zo ongevaarlijk als wij romantici dachten.
Mijn gemiddelde snelheid lag vandaag niet hoger dan 19,1km/u. Wat wil je met 2877 hoogtemeters. In de afdaling van de Peyresourde heb ik nog wel 74,5km/u gehaald.
Het zweet druipt inmiddels ook op mijn toetsenbord, dus ik ga kijken of het buiten in de tuin wat koeler is. Graag even geen reacties meer dat het in Nederland zo lekker koel en nat is.
P.S. Waar Ariën Oskam zijn hoogteprofielen vandaan heeft weten wij niet, maar er klopt geen hout van. Mocht u ooit met hem komen te fietsen: Hoedt u voor zijn keurig geplastificeerde leugens.

zondag 12 juli 2009

100 Cols2 - Dag 7 - De Tour wacht op niemand


Etappe: Lurbe-St Christeau – Luz St. Sauveur
Ook niet op Kenny van Hummel van de Skil-Shimano ploeg. Hier als één na laatste renner van het peloton gefotografeerd in Pierrefitte-Nestalas. Hij lag op dat moment 26 minuten achter op de latere winnaar Fedrigo. Hij kwam uiteindelijk als laatste binnen op 38 minuten, maar heeft de tijdslimiet vandaag nog gehaald. In Pierrefitte moesten wij vandaag wachten op de Tour. Ondanks de korte etappe werd het daarmee toch nog een lange dag.
De temperatuur liep vanmorgen al snel op. Op de vier heel steile slotkilometers van de Marie Blanque gutste het zweet al rijkelijk over de dure frames. Omdat we al wisten dat we de Tour niet voor konden blijven, was er ruim de tijd voor koffie aan de voet van de Aubisque. De bakker op het pleintje in Laruns maakt voor mij de beste Pain aux Raisins in Frankrijk. Knapperig korstje, sappig van binnen, helemaal top.
De Aubisque ligt me beter dan dat hele steile van de Soudet of de Marie Blanque. Dat geldt voor de meesten in onze groep. Het voelde bijna lekker om eens een regelmatige helling van 8%-10% op te fietsen. De ‘normale’ afdaling van de Aubisque en de Soulor werd in het kader van de ‘meer dan 100 Cols tocht’ onderbroken voor een extra klim op de Col de Bordères. Aan de voet van deze col ligt Pierrefitte. Daar werden we tegengehouden door de gendarmerie om eerst de Tour te laten passeren. Met de laatste 10 kilometer van de route moesten we wachten totdat Kenny van Hummel en de ‘voiture balai’ (bezemwagen) voorbij waren. Voor de verandering kwamen we vandaag dan ook eens bijna allemaal tegelijk in het hotel aan.
De etappes die in de Tour gisteren en vandaag werden gereden rijden wij voor een deel de komende drie dagen zelf, in tegenovergestelde richting. Morgen beginnen we vanuit Luz met de Tourmalet, die de renners vandaag als laatste op moesten. Na de beproeving op de Soudet van gisteren vond iedereen de Aubisque eigenlijk goed te doen en boezemt het hoogteprofiel van de Tourmalet ook niemand meer echt angst aan. De kilometers, hoogtemeters en de hitte doen hun werk. We raken langzamerhand toch wel een tikje ‘uitgewoond’. Maar drie cols en 96km, ... mmwwahh, dat moet te doen zijn.
P.S. Geen varkens, maar wel ezeltjes op de Aubisque vandaag. En heel veel koeien op de weg.

zaterdag 11 juli 2009

100 Cols2 - Dag 6 - De grote vijf


Etappe: Mauléon – Lurbe-St Christeau
Een safari in Afrika is niet gelukt als je ‘de grote vijf’ niet hebt gezien. Nu ben ik zelf nog nooit op safari in Afrika geweest, maar ik heb mensen terug zien komen met de pé in omdat ze een beest misten uit het rijtje: leeuwen, olifanten, giraffen, neushoorns en nijlpaarden. In de Pyreneeën is je klimtocht niet compleet als je niet uit hebt moeten wijken voor de plaatselijke grote vijf: koeien, schapen, paarden, geiten en varkens. Die lopen hier namelijk het liefst midden op de weg, wat vooral in de afdaling wel eens tot hachelijke manoeuvres wil leiden. Vandaag konden wij er vier scoren. Op de varkens na is de 100 Cols tocht van dit jaar al geslaagd.
De ‘big five’ van vandaag heetten op papier de Col d’Osquich, de Col de Gamia (beter bekend als de Col d’Alconzabal), de Col de Burdincurutcheta, de Col Bagargui (U ziet het: In het Baskenland is er geen woord Frans bij) en de Col de Soudet.
Het hoogteprofiel van de Gamia schijnt nergens op internet te vinden te zijn, maar als je iets te ver achterover leunt komt je voorwiel omhoog. Op de Burdincurutcheta zie je niet alleen koeien, schapen en paarden, maar ook stukken met 14% stijgingspercentage, vooral in de eerste kilometers. Toch ging het ons niet slecht af (Ruud, Bouke, Jan de J. et moi). De dag was nog fris en wij ook, tenslotte. Op de Col de Soudet piepten wij wel even anders. Gisteren had ik het over de ‘dag des oordeels’. Op het eerste gezicht een wat vergezochte metafoor. Maar als je bij 40 graden in de volle zon met lege bidons probeert om nog vooruit te komen tegen een muur van 18% begin je toch te geloven dat het vagevuur nooit heel veel erger kan zijn. Het geween en het tandengeknars stonden ons in elk geval nader dan het lachen. Maar we zijn er gekomen. Iedereen is er trouwens gekomen vandaag. Hulde!
Wij hadden dat mede te danken aan de voortreffelijke lunch. Daarvoor moesten we wel een arrogante eikel van een Franse ober trotseren, iets waarvoor George, Jan van L. en Joost het geduld niet hadden. Zij stapten voortijdig op. Maar die misten wel de terrine van diverse soorten pluimvee levertjes met een heerlijke confiture d’oignon, een baskisch stoofpotje en het dessert van moscovisch gebak met verse aardbeien.
Morgen hopen we op de Marie Blanque of de Aubisque nog wat loslopende varkens aan te treffen.
P.S. Bouke wilde de scorekaart eigenlijk al volmaken met twee loslopende nonnen, maar daar ging de jury niet mee akkoord.

vrijdag 10 juli 2009

100 Cols2 - Dag 5 - De foto's




100 Cols2 - Dag 5 - Morgen begint het


Etappe: Lectoure - Mauléon
Vandaag weer ruim 200 kilometer gefietst. De 100 Cols tocht is een rondje Frankrijk over zoveel mogelijk bergen en heuvels. Het enige doel van al die kilometers van gisteren en vandaag was om in Frans Baskenland aan de voet van de Pyreneeën terecht te komen. Morgen begint het ‘echte’ klimwerk. Alsof die 2712 hoogtemeters van vandaag, bij een temperatuur die inmiddels boven de 30 graden ligt, niets voorstellen. De schrik voor de dag van morgen zit er goed in bij iedereen. Daar hebben de 100 Cols veteranen onder ons (Fred Charité, Paul Vermeulen, Jac Zwart, Simon Oud) wel voor gezorgd. Iedereen hield zich vandaag dan ook gedeisd. Rinus en Ellen stapten bij de eerste ravitaillering van de fiets en in de bus. Rinus omdat hij er letterlijk en figuurlijk helemaal doorheen zat. En dan is zo’n fietszadel buitengewoon onaangenaam. Ellen wilde zich sparen voor morgen. Ruud, Bouke, Jan de J. en ik zelf hadden ons vanmorgen aangesloten bij de groep Charité. Dat was op zich prima gezelschap. Tegen lunchtijd hoorden wij echter dat de groep Charité niet wenst te stoppen voor de middagmaaltijd, maar gewoon doorfietst. Hier botsten twee culturen. De groep Faasse fietst nooit door, maar savoureert het déjeuner. 4 gangen hadden wij vandaag, een gebonden groentesoep, meloen met rauwe ham, naar keuze zalm of pluimvee in een kerriesaus, en een dessert. Heerlijk gegeten, inclusief de koffie voor een luttele €10,50 de man.
Daarna peddelden wij rustig naar het einde, onderweg nog wat verdwaalde groepen oppikkend. We haalden vandaag maar 22,8km/u, maar staan morgen wel ‘uitgerust’ aan de start van de dag des oordeels. En er was ook nog tijd om onderweg foto’s te maken.

donderdag 9 juli 2009

100 Cols2 - Dag 4 - Romario is een beetje moe

Ruud en Jan rusten even uit op het stoepje bij de bakker

Etappe: Creysse - Lectoure
Hoe was je dag? “Lang” zei Rinus Visser. En iedereen zei het hem vandaag na. Uitzonderingen daargelaten. “Ik vond het een mooie tocht” (Bouke Bunink). “Ik heb lekker gefietst” (Monique Andriessen). Maar Bouke en Monique zijn niet representatief voor de Nederlandse bevolking van 18 jaar en ouder. Zo eet Bouke nooit iets dat groen is, en schijnt Monique thuis over een (althans voor Limmen) unieke verzameling “vingerbadjes” te beschikken. Mijn kamergenoot Har Rovers vond het een “erg vlakke rit”. Maar bij Har weet je nooit of hij iets serieus meent. Zo staat Har volgens eigen zeggen bekend als ‘de snurker van Reuver’. Maar ik heb de goede man ’s nachts nog nauwelijks horen ademen.
Het was gewoon een takke-eind vandaag. Geen meter vlak en veel wind tegen. Nu had ik het geluk in een groep van zeven man te zitten die redelijk tot heel goed rond draaide. Bovendien waren de wegen zo stil dat we meestal rustig een waaier over de volle breedte van de weg konden vormen. Een beetje spijtig dat we door een black out van onze vaste Friese voorrijder (volgens hem klopte de Franse bewegwijzering niet) begonnen met 14km om te rijden. En het was al zo lang. Het landschap in de departementen Lot en Tarn et Garonne is overigens prachtig. Woeste kloven, kolkende rivieren, en wuivende zonnebloemen zover het oog reikt. Over het weer hadden we ook weinig klagen. Beetje winderig, zoals gezegd, maar zonnig en niet te warm.
Toch hebben er aardig wat mensen een jasje uitgedaan vandaag. Peter Vunderink bijvoorbeeld, die behalve de afstand ook nog eens drie lekke banden en kapotte schoenplaatjes moest trotseren. Peter fietst samen met Ellen Scheffers en Rinze Oosterkamp, wat samen ook maar een klein waaiertje maakt.
Het hotel maakt vandaag veel goed. Hotel de Bastard in Lectoure is een aanrader. Jammer alleen dat Lectoure na 200km fietsen bovenop een heuvel bleek te liggen. Als u in de buurt bent: Probeer de terrine van linzen en ganzenlever. Of vraag naar de suprème de volaille met zomergroenten. Maar wat u zeker niet mag missen is de soep van meloen met een granito van frambozen.
Hoe was mijn dag? Ook lang. Als PSV spits Romario de Souza Faria geen zin had in een interview, zei hij het enige Nederlandse zinnetje dat hij volgens mij ooit geleerd heeft: “Romario is een beetje moe”.
Mag ook wel, na 210 kilometer en 2417 hoogtemeters. Morgen weer zo’n dag.

woensdag 8 juli 2009

100 Cols2 - Dag 3 - Fietstoerisme

Fietstoerisme: vlnr Bouke, Ruud, Jan, John, Jan, George, Joost, Rocamadour

Etappe: St. Cirgues-de-Jordanne - Creysse
De heren en de twee dames hadden er eigenlijk niet zoveel zin in vandaag. Zeker niet omdat het vlak voor het vertrek vanmorgen nog behoorlijk naar beneden plensde. Maar Fred Charité is op zo’n moment onverbiddelijk. Fred heeft de 100 Cols tocht al zo vaak gereden dat hij alleen voor de vorm nog een routebeschrijving meeneemt. Fred is vorige week ook gewoon van Almere naar Tarare gefietst met een bagagekarretje achter zijn racefiets. Voor alle echtgenotes die vinden dat hun man met zo’n 100 Cols tocht veel te fanatiek bezig is: het kan dus nog veel gekker. Fred gaat ’s morgens om acht uur gewoon buiten in de regen klaarstaan voor vertrek. En omdat het met Fred goed fietsen is (het gaat niet extreem hard en je rijdt nooit fout) moet iedereen eigenlijk wel mee, zin of niet.
Om vanaf hotel Les Tilleuls weer snel op de route te komen had Jac bedacht dat het wel leuk was om direct na het ontbijt een helling van maximaal 17% in het schema op te nemen. De mensen met een regenjasje aan (ik dus) hadden spijt als haren op hun hoofd. Het was de hele ochtend jasje aan, jasje uit, armstukken en overschoenen idem dito. Ruud Voerman en Jan de Jong hadden in hun onmetelijke wijsheid besloten dat het tempo vandaag gedrukt moest worden tot maximaal hartslagzone D2. Dat is het tempo waarbij je nog iemand terug kunt vloeken die toch probeert om harder te gaan. En zowaar, naarmate we zuidelijker kwamen ging de zon ook nog steeds meer schijnen. Er werd spontaan gestopt voor koffie in Crandelles en voor lunch op het terras in Saint Cere. Omdat we al drie dagen pluimvee aan het eten zijn was het hoog tijd voor een entrecôte. Vandaag waren we voor de verandering eens echte fietstoeristen. Ik heb een aantal blogjes terug de deelnemers aan de 110km van de Steven Rooks Classic al eens als zodanig betiteld, wat me de aantijging opleverde een ‘fietssnob’ te zijn. Misschien ben ik dat ook wel. Maar vandaag was ik toerist onder de toeristen. Tot en met de foto bij het Point de Vue bij Rocamadour aan toe. Het fietstochtje van Rocamadour naar ons hotel in Creysse was een cadeautje van Jac. Prachtige weggetje langs de Dordogne. Hopelijk is iedereen vandaag onderweg weer genoeg hersteld voor de 200km’s die de komende 2 dagen op het programma staan, om maar niet te spreken van de koninginnerit op dag 6.
Vandaag 136 km, gemiddeld toch nog 27km/u, vooral omdat de 1599m klimmen gecompenseerd werden door 2250m dalen! Maximaal 67,2kmu, maximale hartslag 152 (heel netjes).

100 Cols2 - Dag 2 - Route Barree

Route Barree

Etappe: La Chaise de Dieu – St. Cirgues-de-Jordanne
Onze grote reisleider Jac Zwart heeft alle routebeschrijvingen van de 100 Cols tocht zorgvuldig aangevuld, zodat we op zijn aanwijzingen zonder problemen van hotel naar hotel kunnen fietsen. De routebeschrijving is heilig. Als je per ongeluk één van de 100 cols mist, wordt daar aangifte van gedaan en kun je naar je certificaat fluiten. Je laat het dus wel uit je hoofd om van het rechte pad af te wijken. Daar komt bij dat fietsers een hekel hebben aan verdwalen en omrijden. Dus door een bord ‘ROUTE BARRÉE’ op de officële route laten wij ons over het algemeen niet afschrikken. Er zijn tenslotte maar weinig wegopbrekingen waar je met de fiets niet met een beetje manoeuvreren langs kunt. Of er moet al een hele brug tussenuit zijn. Vandaag miste er dus een hele brug. Gelukkig stond de rivier droog en had één brugleuning kennelijk de status van monument dat mocht blijven. Dus het was óf drie meter naar beneden door de rivierbedding en weer omhoog, óf op je fietsschoenen balanceren over de historische brugleuning en je fiets als evenwicht gebruiken. We zijn allemaal heelhuids aan de overkant gekomen. Ik zat vandaag in de verkeerde groep. Over het algemeen was dat de groep Kienstra (in wisselende samenstelling) die altijd weer een versnelling in huis heeft als ik net ben aangesloten. Soms ondersteund door hardrijdende Tukkers als Gerrit Jonkman en Wim Kommerkamp, dan weer door een Friese doorloper als Bauke Bunink. Het was afzien. Zeker bij de tweede Route Barrée van de dag. De asfalteermachine had de Côte de Celles net over de volle breedte van een dampende nieuwe laag voorzien. Twee kilometer hebben we omhoog gelopen langs, en soms in het natte asfalt. Vervolgens ook nog de weg kwijtgeraakt. Dat laatste was niet verwonderlijk, want we hadden die vermaledijde bult helemaal niet opgemoeten! Tegen een extra klim heeft de organisatie gelukkig geen bezwaar. Restaurant Les Volcans in Murat is van een Maigreteske troosteloosheid. De salade met Bleu d’ Auvergne en de varkenskarbonade met gegratineerde aardappels met Cantal waren ok. Pièce de Résistance vandaag was de Puy Mary. Wind tegen, regen, en twee steile slotkilometers waarbij je je adem in wolkjes zag stokken. Ik ben bang dat ik mijn knie een tikje heb geforceerd. Hoop dat de ijsblokjes voldoende helpen.
De statistiek: 155km, 24,5km/u (=hard als je die twee kilometer bergop wandelen meerekent) 2585 hoogtemeters.

maandag 6 juli 2009

100 Cols2 - Dag 1 - Niets nieuws onder de zon

Ravitaillering onderweg

Etappe: Tarare – La Chaise de Dieu
Van de 26 fietsers die meedoen aan het 2e deel van de 100 Cols tocht, georganiseerd door le Champion, waren er 14 ook vorig jaar van de partij. En zoals Jan de Jong na een kwartier treffend opmerkte: “Er is helemaal niks veranderd”.
Binnen een kilometer kregen we de eerste klim voor de kiezen. En jawel hoor, Ruud Voerman deelt een speldeprikje uit “alleen om te kijken wie er het eerste commentaar zou leveren”. En George Kienstra “Ik wilde vandaag mijn hartslag rond de 150 houden” zoekt onmiddellijk zijn maximale hartslag op met Jan van Lieshout in zijn wiel. Gevolg? De eerste côte werd weer spijkerhard opgereden. Ik vond het bij een hartslag van 170 wel mooi en moest er dus af. Aanstichter Ruud moest het bezuren en deed de naam van de tweede klim ‘Col de croix de ‘l homme mort’ eer aan.
In alle mogelijke opzichten was het: L’ histoire se repète. Ik moest praten als Brugman voor een kopje koffie op een terrasje onder de platanen. Jan de Jong komt uit het niets weer aansluiten en rijdt in de afdaling iedereen uit het wiel. Ad van Dijk doet dat daarna nog eens dunnetjes over.
De eerste lekke band was voor Frans van der Geer. Wolter Busser moest uitvallen. Hij had te veel last van een gescheurde hamstring die hij vorige week op zijn werk heeft opgelopen. Balen. Daar valt de gebroken kilometerteller van Ariën Oskam bij in het niet.
Verder was het een cadeautje. Frankrijk op zijn mooist, 30 graden, zonnetje, plakkend asfalt, mooie plaatsnamen. Ik bedoel maar: waar anders kun je fietsen naar de 'zetel van God'? De colletjes waren pittig, maar als je je een beetje kon inhouden eigenlijk best te doen. 08.00u vertrokken en om 14.00u al binnen. 132 kilometer, 2230 hoogtemeters, dat wel, in deze ‘vlakke’ etappe.
Perfecte lunch bij Hotel L’ Echo: pavé van zalm met honingsaus en quinoa. Ook de filet mignon met linzen in roomsaus was een aanrader volgens George.

zondag 5 juli 2009

Inspanningstest


Na een half jaar trainen bij Webtrainer Bergop mocht ik me bij Adrie van Diemen melden voor de afsluitende inspanningstest. Een half uur van de waarheid op een hometrainer die steeds meer aanloopt, terwijl je hartslag stijgt, je adem stokt en het zweet je uit de poriën gutst. Een half jaar bikkelen op de schema’s van Webtrainer coach Marcel Lamberts, afgeknepen worden tijdens de clinics op de trainingsrondjes van Richard van Ameijden en de broekriem aanhalen met de voedingsschema’s van Nick Iedema. En dat alles voor je lol, met als enige doel om de komende twee weken fluitend het tweede deel van de 100-Cols tocht uit te fietsen. Zodat ik minzaam glimlachend tegen die jongens naast me (of achter me) op de fiets kan zeggen: “Goh, was dit de Tourmalet al? Ik had gedacht dat ie hoger was.”
Gelukkig is het niet voor niets geweest. Adrie was tevreden. Vergeleken met mijn prestaties bij de ‘intake’ is mijn vermogen Bergop met 25,9% toegenomen. Meer vermogen, een lager vetpercentage en minder kilo’s om naar boven mee te nemen zonder dat ik een nieuwe fiets hoefde te kopen.
Een klim die me in december 60 minuten had gekost kan ik nu in 47 minuten oprijden verzekerde Adrie me. Ik heb al mijn eigen records gebroken.
Ik ben nu met de 24 mannen en 2 dames in de bus onderweg naar Tarare waar we maandag gaan starten met de eerste van 10 etappes over heel veel bergen en nog veel meer kilometers. Ik mag dan wel in topvorm zijn, maar als ik zo al die afgetrainde koppies om me heen zie weet ik al hoe laat het is. Ik mag blij zijn als ik er morgen boven op de eerste berg nog aan hang.

Het wonder van de 15-seconden commercial

Er is een eenvoudige manier om te snijden in uw reclamebudget, zonder dat het ten koste gaat van de effectiviteit van de campagne. Maak kortere reclamespots. Nu zijn veel reclamemakers en adverteerders bang dat snijden in de spotlengte ten koste gaat van de ‘Creativiteit’, of ‘het Verhaal’, en daarmee van de mogelijkheid om in het brein van de kijker door te dringen.
Dat blijkt bij nader inzien nogal mee te vallen. Het nader inzien komt uit een onderzoek van het Ehrenberg-Bass instituut voor Marketing Science dat in maart van dit jaar werd gepubliceerd.
Zij vergeleken het gemiddelde effect van 108 30-seconden (30'') commercials met dat van 35 reclamefilms van 15 seconden. Het onderzoek werd uitgevoerd in Australië, steekproefaantallen en onderzoeksmethode worden in het paper niet expliciet vermeld. Uit de context leid ik af dat het waarschijnlijk een telefonisch onderzoek is geweest.
De effecten die werden onderzocht zijn reclameherinnering, ‘likeability’ en een ‘correcte merktoekenning’. Kunnen mensen zich herinneren dat ze de reclame onlangs gezien hebben, vonden ze het leuk of fijn om naar te kijken en weten ze nog waarvoor het was?
Het effect van die 15’’ als je kijkt naar reclameherinnering was 81% van dat van de gemiddelde 30’’ versie. 15’’ films scoren op ‘likeability’ 91% ten opzichte van de 30’’ uitvoering. De merktoekenning was zelfs even goed.
Dat laatste vonden de onderzoekers vreemd. Bij een nadere inhoudsanalyse bleek dat in een 15’’ commercial het merk gemiddeld elke 4 seconden aanwezig is, tegen eens per 8 seconden in een 30’’ commercial.
15’’ commercials laten bovendien het merk eerder zien, gemiddeld na 3 seconden, tegen 11 seconden voor de dubbele versie.
En er waren relatief veel 30’’ commercials die pas in de laatste 10 seconden het merk verklapten.
Wat onze tegenvoeters verleidde tot het poneren van het klassieke Van Gaal dilemma: zijn die 15’’ commercials nou zo goed, of zijn die 30’’ commercials nou zo slecht?
Het uitzenden van een filmpje van 15 seconden kost, even uit mijn hoofd, 60-65% van het geld dat je neerlegt om een 30’’ commercial op de buis te krijgen.
Je bent als adverteerder dus een dief van je eigen portemonnee als je de spotlengte niet terugbrengt.
Maar wat als alle adverteerders dat gaan doen? Worden de reclameblokken dan de helft korter? Of worden alle spots voortaan twee keer zo vaak uitgezonden? Ik weet niet of de kijker dan door de dubbele ‘clutter’ nog het merk blijft zien.
Maar wie het eerst komt maalt daar niet om.

Newstead, Kate and Jenni Romaniuk, In Praise of the 15-second Advertisement, www.MarketingScience.info, download april 2009.